Naar een post-schaarste samenleving volgens een Rijnlands-kapitalistisch model
Een utopische samenleving waarin tekorten niet meer bestaan en in alle materiële behoeften van de mens is voorzien, zal nooit gerealiseerd worden. Sterker nog, we leven in tijden van bovengemiddelde inflatie. Waar opleidingen zoals computerwetenschappen en rechtsgeleerdheid ooit verstandige keuzes waren voor slimme en ambitieuze studenten, zorgt de opkomst van generatieve kunstmatige intelligentie ervoor dat de uitholling van de middenklasse in een stroomversnelling komt. Waarom zou je dan je tijd verdoen met nadenken over de post-schaarste samenleving?
Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en dat zal in de toekomst alleen maar sneller gaan. Afgezien van bedrijven zoals ASML, lijken de winsten vooral terecht te komen bij Amerikaanse techreuzen en hun oprichters. Historisch gezien is het voor Amerikaanse jongeren die een opleiding hebben afgerond, nog nooit zo moeilijk om op een baan te vinden. Dit lijkt eerder te wijzen op een dystopische toekomst met een zeer kleine, extreem rijke elite en een grote onderklasse van werklozen of mensen die naast een fulltime baan nog bijbaantjes nodig hebben om de rekeningen te kunnen betalen.
De Nederlandse economie en de Amerikaanse zijn niet dezelfde. De Nederlandse economie is gebaseerd op het Rijnlandse model, op basis van consensus tussen overheid, werkgevers en werknemers. Daarnaast kent Nederland een uitgebreid sociaal vangnet, in tegenstelling tot de Verenigde Staten. Maar ook in Nederland staat de verzorgingsstaat onder druk als gevolg van vergrijzing, oorlogen en handelsconflicten. Alles maar op zijn beloop laten gaan, is geen realistische optie meer. Hoe bereiden we Nederland voor op een economie waarin "loon naar werken" niet meer vanzelfsprekend is doordat kunstmatige intelligentie jarenlange opleiding en werkervaring overbodig maakt? Hoe belonen én beschermen we mensen die vandaag een kansrijke opleiding volgen, terwijl zelfs de meest kansrijke beroepen door technologische snelheid binnen een werkzaam leven geautomatiseerd kunnen worden?
Schaarste zal ook in een post-schaarste economie blijven bestaan
Technologische ontwikkelingen kunnen er op korte termijn al voor zorgen dat de kosten van sommige vormen van dienstverlening (softwareontwikkeling en klantenservice) snel zullen dalen. Op middellange termijn kan ook de prijs van voedsel, industriële producten en energie snel dalen.
Grond zal altijd schaars blijven. Datzelfde geldt voor unieke handgemaakte producten en kunstobjecten. Ook de snelheid en de mate van het verdwijnen van schaarste zal verschillen. Ontwikkelingen op het gebied van software gaan nu al veel harder dan op het gebied van fysieke robotica. Het pad richting post-schaarste zal niet lineair zijn, maar met schokken gepaard gaan.
Als ik van post-schaarste spreek, gaat het vooral om de snelle ontwikkeling richting een economie waarin een aantal basisbehoeften in grote hoeveelheid en tegen een lage prijs beschikbaar zijn. Voorbeelden zijn voedsel, kleding, huishoudelijke artikelen, energie (mits er wordt geïnvesteerd in infrastructuur), software, entertainment en kennis. Soms zijn daar politieke keuzes voor nodig.
Een post-schaarste economie biedt de mogelijkheid om mensen te bevrijden van existentiële stress, zonder dat dit andere mensen de mogelijkheid ontneemt om te ondernemen of leidt tot een scheefgroei tussen werkenden en degenen die afhankelijk zijn van de verzorgingsstaat. Met de juiste beleidskeuzes legt post-schaarste een economisch houdbaar fundament onder de verzorgingsstaat die menswaardige bestaanszekerheid garandeert, terwijl het voor ondernemende mensen ongekende mogelijkheden biedt.
Menselijke aandacht in een post-schaarste economie en de 40-urige werkweek
Menselijke aandacht is inherent schaars. Maatschappelijk gezien liggen hier de grootste kansen en bedreigingen voor de post-schaarste samenleving. Post-schaarste biedt mensen de kans om met minder existentiële risico's te gaan ondernemen en kansen te benutten. Tegelijkertijd ligt het gevaar van grootschalige apathie op de loer, zoals verbeeld in Pixar's WALL-E. Studie en werk heeft niet alleen een overlevingsfunctie. Het brengt ook mensen bij elkaar. Als de noodzaak van studie en werk verdwijnt of verminderd, kan dit de al bestaande eenzaamheid onder jongeren verder verergeren.
Een post-schaarste economie kan ook korte werkdagen en werkweken mogelijk maken. Eigenlijk is dat al mogelijk, want we weten dankzij wetenschappelijke inzichten allang dat veel banen in de Nederlandse economie het beste in 5 uur per dag en 4 dagen per week uitgevoerd kunnen worden. Organisatorische aspecten en slecht management zorgen ervoor dat dit in de praktijk niet mogelijk is. In sommige sectoren zal de werkdag van 8 uur in elk geval nog lang noodzakelijk blijven vanwege de fysieke interactie met mensen, in het bijzonder in de zorg, maar ook in het onderwijs en andere beroepen met hoge emotionele arbeid. Ironisch genoeg zijn dit juist de banen waar door emotionele en bredere geestelijke belasting de grootste hersteltijd vereist is. Hier ligt het verkorten van de werkweek meer voor de hand. Om die omslag mogelijk te maken is naast investeringen in technologie en economie ook een grote investering in menselijk kapitaal vereist. Dat roept ook vragen op over hoe de voordelen van de post-schaarste economie moet neerslaan bij mensen die de grootste maatschappelijke bijdrage leveren. Tegelijk kan post-schaarste op zichzelf al een bijdrage leveren aan preventie door het verminderen van armoedestress (effect op jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg) en ruimte bieden aan mantelzorg en gemeenschapsopbouw (effect op ouderenzorg).
Tegelijkertijd maakt een kortere werkdag ook ruimte voor de restauratie van het verenigingsleven in Nederland. Dat heeft meerdere voordelen voor de samenleving. Bij een kortere werkdag en hetzelfde welvaartsniveau, blijft er meer tijd en energie over voor vrijwilligerswerk en verenigingsleven. Dat kan mensen, waaronder jongeren, bij elkaar brengen en eenzaamheid verminderen. Hoewel het niet uitsluitend om sport hoeft te gaan, kan een grote nadruk op sportverenigingen voorkomen dat we als samenleving in een vergelijkbare situatie als in de film WALL-E terechtkomen, waarin mensen de hele dag volgevreten naar een beeldscherm liggen te kijken. Ook kan het de druk op grondgebruik verminderen. Als jonge ouders meer ruimte op een werkdag hebben om kinderen naar de sportvereniging te brengen, kunnen sportvelden over een langere periode per dag gebruikt worden. Zo kunnen meer mensen gebruik maken van schaarse ruimte.
Macht, status en aanzien richting en in een post-schaarste samenleving
De ontwikkeling richting een post-schaarste samenleving is een transitie en elke transitie kent winnaars en verliezers. De post-schaarste economie biedt tegelijkertijd aan iedereen kansen om wat te maken van het leven. Ook biedt de post-schaarste economie ongekende mogelijkheden voor ondernemerschap.
Sommige traditionele bronnen van welvaart en statussymbolen zullen verdwijnen. Technologie zal sommige statusberoepen hard raken: accountants, juristen, programmeurs, analisten. Hele bedrijfstakken zullen door disruptie worden opgeschut als gevolg van grootschalige adoptie van robotica en geavanceerde automatisering. Voormalige statusberoepen stralen niet langer groeipotentieel uit. Doordat sommige producten heel goedkoop geproduceerd kunnen worden, zullen materiële welvaart een andere betekenis krijgen en minder van belang zijn.
Er wordt al gewaarschuwd voor een verschuiving van macht van politiek naar techreuzen en voor techno-feodalisme. Zelfs voor traditioneel welgestelde families kan dit een bedreiging zijn. Een dreiging van twee kanten. Aan de ene kant kan de macht van de techreuzen zo groot worden dat ze in staat zijn om disruptie teweeg te brengen waardoor de bedrijven van ondernemersfamilies weggeconcurreerd worden. Tegelijkertijd kan maatschappelijke woede over ongelijkheid zich tegen diezelfde historisch welgestelde families richten ("belast de rijken"). De kans op techno-feodalisme is klein, maar reëel. Een antwoord op deze machtsconcentratie kan gelegen zijn in een Rijnlandse reactie.
Een Rijnlands antwoord pakt twee risico's tegelijk aan, namelijk de concentratie van macht bij monopolisten en verstikkende macht bij politici in een economie waar niet genoeg werk meer is voor iedereen, ongeacht hoe hard je hebt gestudeerd en gewerkt. Naar analogie van het Nederlandse pensioensystemen en staatsinvesteringsfondsen, kan Nederland een burgerinvesteringsfonds oprichten.
Vergelijkbaar met het pensioensysteem zijn alle burgers onder een bepaalde leeftijd verplicht om deel te nemen aan het investeringsfonds. Het kan gaan om een verplichte minimale inleg met de optie om vrijwillig extra in te leggen. Dit zorgt ervoor dat iedereen aan de ene kant moet participeren, terwijl aan de andere kant elke burger mede-eigenaar wordt van de investeringen. Dit haalt een stuk economische macht weg bij de Staat en geeft die aan burgers. Net als pensioeninleg is de inleg in het burgerinvesteringsfonds fiscaal gefaciliteerd. Daar zit wel een maximum aan. Dat betekent iedereen mee moet doen, maar ook dat niemand buitensporig kan profiteren van de verplichte investeringen door zijn medeburgers.
In eerste instantie kan het geld breed wereldwijd belegd worden, maar in de loop van de tijd kan het burgerinvesteringsfonds nationaal diversifiëren door te investeren in bedrijven en de nationale economische infrastructuur die een post-schaarste economie juist mogelijk maken. Dit heeft weer verschillende voordelen. Het versnelt de komst van de post-schaarste economie. Iedereen profiteert van de investeringen, maar ook iedereen moet deelnemen. Vermogen wordt productief aangewend, hetgeen de discussie over vermogensbelasting ook weer in een ander perspectief kan plaatsen. Aangezien de inleg niet bestemd is als inkomen aan het einde van het werkzame leven (pensioen), kan een fiscaal aantrekkelijke dividenduitkering uit het fonds wettelijk mogelijk gemaakt worden om bijvoorbeeld levensloop te ondersteunen, zoals voor een kort maar intensief scholingstraject dat nodig is door snelle technologische ontwikkelingen.
De verplichte deelname kan begrijpelijkerwijs gezien worden als een verkapte belasting. Daarom moet de deelname fiscaal gefaciliteerd zijn. De investeringen moeten naast brede beleggingen vooral gericht zijn op de economische infrastructuur van de post-schaarste economie, zodat iedereen daarvan mede-eigenaar is en machtsconcentratie wordt voorkomen. Verder moet de focus liggen op economisch rendement, in tegenstelling tot veel beleidsuitgaven.
De investeringsdoelen worden bij de wet bepaald. In de democratie geldt: één burger, één stem. Binnen het burgerinvesteringsfonds kan er wel een verschil in zeggenschap zijn, maar die verschillen worden door maximering van de deelnamemogelijkheden beperkt. De combinatie van deze twee mechanismen zal machtsconcentratie voorkomen en zelfs verkleinen ten opzichte van de huidige situatie waarin slechts een klein gedeelte van de bevolking structureel spaart en belegd om tegenvallers in het leven op te vangen.
Hoewel de status van sommige beroepen zal verminderen of verdwijnen, zullen de onderliggende biologische mechanismen niet veranderen. Veel statusberoepen zijn alleen haalbaar voor mensen met groot doorzettingsvermogen (consciëntieusheid). Het zijn vooral deze onderliggende kwaliteiten die statusberoepen als signaal uitzenden en onbewust worden opgepikt. In een post-schaarste samenleving kunnen dezelfde personen die positieve eigenschappen uitzenden door bijvoorbeeld een sportief lichaam (een atletische lichaamsbouw in een wereld waar voedsel in overvloed aanwezig is, is een teken van discipline), het leren van vaardigheden die vele uren van oefening vereist (houtbewerken, muziekinstrument bespelen) en een zichtbaar analoog leven leiden (fysiek vrijwilligerswerk, wandelen in de natuur, boeken lezen in een wereld met een praktisch oneindig aanbod aan digitaal entertainment).
Ruimte voor verschillende utopieën
De utopie van de een is de dystopie van de ander. Indien we als samenleving via de wet en de doelen van het burgerinvesteringsfonds de kosten en baten van de post-schaarste samenleving delen, kan één ideologie of doemscenario niet gaan overheersen. We delen als burgers de eigendomsrechten en de macht over infrastructuur van de post-schaarste economie. Geen groep kan zijn versie van een ideaal opleggen aan de rest van de samenleving.
Bovendien komt er richting de post-schaarste economie vanzelf steeds meer ruimte om vorm te geven aan ieders eigen idealen. In een post-schaarste samenleving is ruimte voor een renaissance van de analoge gemeenschap, voor meer individuele keuzevrijheid, ruimte voor de natuur zonder dat dit de voedselzekerheid ondermijnd en gelijkwaardigheid.
Dit is misschien een persoonlijke blinde vlek, maar ik kan me niet voorstellen dat een kosmopolitische wereldburger zich nooit eenzaam voelt en behoefte heeft aan een anker in een lokale vereniging. Op dezelfde manier zullen aanhangers van het maatschappelijk middenveld ook behoefte hebben aan urenlang kunnen wandelen door een groene stadscorridor richting het natuurinclusieve platteland (boeren zijn onmisbaar en cruciaal voor het verwezenlijken van een post-schaarste samenleving, ook al zal hun rol veranderen).
Politieke voorkeuren worden ingegeven door voorkeuren voor de prioritering van de inzet van schaarse middelen. Gericht sturen op langetermijnbeleid en het verwezenlijken van de post-schaarste economie kan de noodzaak van deze prioritering verminderen. Het debat kan zich verplaatsen naar nieuwe vormen van schaarste zoals het bepalen van de fysieke grenzen van AI-rekenkracht (energiegebruik), grondgebruik, maakbaarheid van de mens en regulering van aandacht en menselijke authenticiteit.